h1

Het laatste stukje!

mei 1, 2012

Ik ben de chaos die regeert in een wereld waar orde lijkt te heersen. Ik ben de ademtocht voor de geërgerde zucht, de scheve grijns na de opmerking, de zedig neergeslagen ogen na de opgevangen blik van indiscretie.
Ik ben de vrouw die je nooit zal willen kunnen krijgen zodat je haar in gedachten kan blijven achterna zitten, diegene van wie je zo graag wilt dat ze je gaat blijven willen om wanneer het je zint terug te komen op de tomeloze begeerte die je in haar aanwakkert. Je wil me hebben maar niet bezitten, je schat jouw eigen kansen gevaarlijk hoog in waardoor je onherroepelijk in scherven uiteen zal vallen. Ik ben de overenthousiaste minares, die haar plaats kent maar ze niet accepteert. Ik ben de vrouw die hierdoor niet aan je zijde wil staan, maar wel gerust in je buurt wil vertoeven.
Ik ben de grappige metgezel bij wie je gewoon eens jezelf kan zijn in een wereld waar je jezelf beter afschermt. Ik ben het rustpunt op wie je kan vertrouwen maar met wie je beter niet te lang alleen blijft. Ik ben de aanraking die je zo graag zou willen maar die je voorzichtig uit de weg dient te gaan.
Ik ben diegene over wiens hoofd je kijkt in het juiste gezelschap, diegene die daar allang geen gebroken hart meer over kan krijgen en er alleen maar cynischer over wordt. Ik ben diegene die je eigenlijk wel graag rond jou hebt, maar die dat niet kan blijven doen.
Ik ben de vrouw met wie je jezelf wel ziet kinderen krijgen, maar die je die nooit zal kunnen geven. Ik ben de belichaming van vrouwelijkheid maar mijn reacties zijn doorspekt met mannelijk gedrag. Ik ben de kameraad die je eens stevig op de schouders wil slaan, maar wanneer je bedenkt dat ik ook wel op de juiste momenten billenkoek fijn vind, je hierdoor weer wat opgewonden raakt.
Ik ben de gedachte waardoor je graag wat vroeger gaat slapen, ik ben de reden om er ’s morgens gewetensvol weer voor op te staan. Ik ben de principes waar ik schaamteloos brandhout van maak, waar ik krampachtig aan vasthou en jou daar ook toe dwing. Ik ben de uitspraak die blijft hangen waardoor je jouw eigen vrouw ’s avonds dankbaar omhelst, de vraag waarom zij niet een heel klein beetje op mij zou willen lijken, gewoon niet dat kantje maar wat van de rest, graag!
Ik ben de dikke vrouw in het slanke lichaam, de bewuste keuze in kledij, de blos wanneer je me nakijkt, de blik die jou nakijkt. Ik ben de andere vrouw die ik niet wil zijn, ik ben de vrouw die niet bij jou past maar die je zo graag eens zou willen doen passen. Ik ben de druk op de ketel die jou hysterisch kan wegblazen. Ik ben de vrouw die te vertrouwen is, maar kan jij dat wel zijn?
Ik ben geen Sneeuwkoningin meer!

h1

Smile because it never happened…

februari 27, 2012

Het was allemaal weer eens te mooi om waar te zijn.
Met deze gedachte klom ik deze nacht in mijn bed, teleurgesteld voelde ik me niet echt. Hoogstens een beetje gekrenkt maar aan de andere kant heel gelukkig met de ervaringen waar ik duidelijk uit geleerd heb. Maar het zou toch wel heel mooi geweest zijn, hij leek dan echt wel ideaal. Maar gisteravond bekroop me zo een gevoel van: “dit klopt hier allemaal niet!” en hoewel ik geen duidelijke reden zie voor mijn twijfels, blijf ik met dat gevoel zitten. Ik ben niet de enige waar hij mee bezig is en hoewel hij ontkent, ik ken het gedrag van mannen die iets te verbergen hebben. Dus heb ik liever een eind te breien aan iets wat nog niet begonnen is, omzichtig en rustig zodat geen gevoelens zouden kunnen gekwetst worden maar toch gedaan maken wat voorzichtig aan het beginnen was.
Noem het gerust een soort bindingsangst, wellicht is het wel zoiets maar ik noem het vooral de angst gekwetst te raken. After all, waarom zijn we bang om ons te binden? Toch omdat we niet gekwetst willen raken? Het raakt me wel maar haalt niet mijn hele wereld meer overhoop. Ergens heb ik zin om te treuren om hem, maar dan aan de andere kant overspoelt me het gevoel van: “ah dat hebben we dan ook weer eens net niet gehad, gelukkig maar!”.
Maar dan vraag ik me af waar in hemelsnaam mijn alles overstijgende passie heen gegaan is…

h1

Mijn geliefde….

februari 11, 2012

Ik weet niet meer precies wanneer de inspiratie me verlaten had, ze was gaan overwinteren in een mij onbekend buitenverblijf. Drie maanden lang was ik niet in staat om haar te zoeken, hoewel ze tevoorschijn gesprongen zou zijn van zodra ik in de buurt zou komen, ik ken het kreng al heel mijn leven en ze kan vrij frivool uit de hoek komen. Maar ze is koppig en zal maar werken van zodra voldaan wordt aan de door haar opgestelde voorwaarden. Tot mijn grote verbazing hangt ze nauw samen met mijn lichamelijk welzijn, ze voedt zich met mijn ervaringen en ze aardt in mijn belevingen.
Maar sinds mijn ongeval had ze mij verlaten, mijn dagen werden gevuld met spelletjes spelen en televisie kijken. Van zodra ik mijn blog opende, overviel me een overweldigend gevoel van…niets!
Gisteren echter kwam ze terug, ik had haar totaal niet verwacht. Ze doet haar werk, laat me zelfs niet meer los in mijn slaap. Net nu ik overwoog mijn blogidentiteit te veranderen, heeft ze besloten zich weer te laten gelden. Sneeuwkoningin blijft bestaan, of ze nu tegenwoordig een voorkeur heeft voor een ander seizoen of niet. Het zou me niet staan te veranderen van naam, ik bedoel maar, wat zou me dat maken, Lentekoningin? Dat klinkt toch niet? Dus vanaf heden verkiest deze Sneeuwkoningin de lente, hoewel ze in de zomer geboren is. En de lente staat voor de deur, laat de inspiratie me weten, ik weet wel waar ze op aast, het kleine kreng. Maar of er effectief lentekriebels in de lucht hangen, valt nu nog te betwijfelen…hoewel, er ligt iets op de loer. Maar dat is stof voor een volgend stukje…

h1

boven het ijswater…

februari 10, 2012

Ik krijg de laatste tijd vrij veel vragen naar mijn huidige toestand, ik heb tot nog toe geen zin gehad daar op in te gaan aangezien het allemaal nog veel te veranderlijk is. De ene dag ben ik actief, vrolijk en stap ik rond alsof de wereld aan mijn voeten ligt maar de andere dag kom ik amper vooruit en durf ik de deur niet uit aangezien de koude me weer eens de das om doet. De ironie wil dat ik mezelf jaren geleden Sneeuwkoningin gedoopt heb, maar al tot twee keer toe in mijn leven de koude vervloek. De eerste keer was na de maagverkleining, toen ik mijn zelfgebouwde isolatielaag verloor en bijna doodvroor van zodra ik de straat door liep op weg naar Aagje en Zaagje of zweefde naar Sparks deur. Neen,ik vrees dat ik mezelf eens goed onder handen zal moeten nemen en mijn titel weer waardig moet worden in plaats van te zitten jammeren over de koude, trouwens, wat bezielt me de laatste tijd dat ik zo loop te jammeren over iets zo stoms als vrieskou? Inderdaad, het doet geen goed aan mijn revaliderende knie en toen de temperatuur het laagst stond, voelde de pijn aan alsof die vervloekte knie weer verbrijzeld geraakt was.
Ik had mezelf nochtans echt voorgenomen meer te genieten van de kleine, simpele dingen in het leven en minder te vitten op zaken die ik niet in de hand heb, zoals de temperatuur buitenshuis. Maar het was natuurlijk gemakkelijk zulke formidabele voornemens te doen liggend in mijn warm bed naast de kachel bij mama thuis… Dat voornemen was het enige dat wegsmolt van zodra de temperatuur onder nul ging. Ik mekkerde er maar op los, terwijl mijn opstandig been weigerde te plooien en me zo verhinderde normaal te stappen. Dat er ook pijnstillers waren om mij te verlossen van het zwaarste lijden, was mij echter ook ontgaan. Hysterie zou geen hysterie zijn, moest er een zweem van gezond verstand in de buurt vertoeven,nietwaar?

Maar nu stijgen de temperaturen weer lichtelijk, mijn sociaal leven bestaat weer en er is zelfs weer hoop op een onevenwichtig sexleven. Alles komt in orde, zo lijkt het.

h1

Pagal

december 22, 2011

Het nieuws over zijn dood kwam als een donderslag bij klare hemel. Ook al was hij niet meteen wat ik een echte vriend zou noemen, bekroop me meteen een onbehaaglijk gevoel die me dagenlang gezelschap zou houden. Dat hij ooit nog eens de kranten zou gehaald hebben, was te verwachten, zeker gezien het feit dat zijn kwaliteiten als sportman al meermaals beschreven geweest waren in diverse bladen. Niet dat hij zo een grote meneer was en al zeker niet letterlijk gezien van gestalte. Op zijn minst was hij wel iemand die opviel, maar niet bepaald door zijn uiterlijk, hoewel hij niet onaantrekkelijk was.
In de periode dat ik hem buurman noemde, kon hij lange betogen houden over het grote verschil tussen Afrikaanse en westerse geneeskunde en meestal ontaardden die betogen in niet al te hoog oplopende discussies en eindigden in gegrinnik met vriendin B. Hij had geen vertrouwen in onze geneeskunde en het zal er niet op verbeterd zijn.
Ik had hem een ander einde toegewenst, ik denk dat niemand op een operatietafel aan zijn einde wil komen, fout van de dokter of aangeboren aandoening of welke reden dan ook… Ik hoop dat hij er zich dan inderdaad niet bewust van was en dat de ogenblikken voor de narcose niet te angstig waren.
Het was natuurlijk ook wel raar een naam te zien verschijnen in een artikel over een vermeende fout van een ziekenhuis met zijn overlijden als gevolg. En dan nog zo iemand die gezond was in vele ogen, iemand die niet snel klaagde over pijn of ziekte aangezien dat niet veel bij hem voorkwam. Iemand van wie je niet verwacht dat hij er mee zou ingestemd hebben om op vrijdagavond naar de spoed te rijden, teruggestuurd te worden omdat de klachten op het eerste zicht niet ernstig leken en er de zaterdag weer te belanden. Wie zou dat nu verwacht hebben?
Hij was geen vriend maar wel een aantal jaren een goede buurman en een vriendje van een vroegere vriendin en ik heb hem eigenlijk kort gekend. Toch heb ik een paar dagen ondersteboven gelopen van het nieuws. Het stemt gewoon weer eens tot de bedenking dat het leven vreselijk snel kan verkeren…

h1

Feit!

december 8, 2011

PJ komt me vergezellen voor de operatie, die lijkt weer als bij wonder verschenen terwijl ik mijn pilletje onverschilligheid krijg. Eerst verdenk ik het verplegend personeel ervan hem opgebeld te hebben, maar ik was niet bepaald hysterisch na de ietwat te plastische omschrijving van mijn enkelbreuk. Daarna stel ik me mijn broer voor als een soort helderziend wezen, aan mij gebonden door bloed en hierdoor een soort telepathisch talent ontwikkeld hebbende. Maar ook dat is niet het geval en het doet er niet echt toe. Niets doet er eigenlijk echt meer toe, het zit best wel goed allemaal. Ik heb geen pijn en word zo dadelijk geopereerd aan mijn beide benen,het kan me allemaal niets meer schelen want het pilletje werkt en ik sluit mijn ogen.
Twee verpleegsters verschijnen aan mijn bed en vertellen me dat ik naar de operatiezaal mag, ik soes nog wat weg tot men me vraagt of ik zelf op de operatietafel kan klimmen. Ik denk van niet maar heb ook geen zin een vin te verroeren en brabbel iets van niet mogen steunen en men tilt me van het bed op de koude tafel, ze doen dat heel goed en ik vertel hen dat. Het valt me op dat alle werktuigen (of hoe zou men dat noemen?) onder doekjes weggestopt liggen. Ik probeer me enerzijds voor te stellen wat daar allemaal zo onder die doeken ligt en anderzijds kan het me niet schelen. Ze gaan me oplappen en dat is wat er toe doet, pijn ga ik niet voelen want de anesthesist komt zich voorstellen en heeft al een spuit in haar handen. Ik volg haar bewegingen terwijl ze de spuit ledigt in mijn infuus en nog voor ik de doorzichtige stroom in mijn arm zie lopen, wordt me een zuurstofmasker opgezet en…
Iemand roept me bij de familienaam, ik voel me alsof ik in een kamer vol watten lig, het is zacht en warm en ik open mijn ogen en herinner me dat ik onder narcose gegaan ben. Het zachte gevoel komt van een oranje deken bovenop mij, ik til het op en zie mijn rode, opgezwollen billen en feliciteer mezelf voor de moed om dit onder ogen te zien. Ik mag nog wat verder wakker worden dus val ik met plezier weer in slaap terwijl men me een metertje van iets over mijn vinger schuift. Ik ben naar mijn eigen gevoel al genoeg geopereerd in mijn leven dat ik er van mag uitgaan dat alles in orde is.
Iets daarna (het zijn achteraf twee volle uren geweest) maakt men me wakker met de mededeling dat ik naar mijn kamer mag en dat daar iemand al een hele tijd op mij zit te wachten. Ik weet dat het mijn moeder is en ik word fris en monter wakker en word naar mijn kamer gebracht waar mijn moeder inderdaad bezorgd op mij zit te wachten. Ze blijft nog een half uurtje om zich er van te verzekeren dat alles in orde is en wordt opgevolgd door bezoek aan de kamergenote. Ik wil slapen maar de stemmen naast mij blijven me storen en op den duur begin ik zelfs de conversaties te volgen. Hierdoor schiet ik af en toe bijna in de lach en ik sluit het gordijn om ongewild ongepaste reacties te vermijden en neem mijn laptop, sluit de oortjes aan, begin muziek te luisteren en val in slaap tot de dokter aan mijn bed staat.
Hij vertelt me duidelijk en zakelijk wat hij gedaan heeft, hoewel niet alle feiten tot me doordringen. Mijn linker knie was aan de rechterzijde in kleine stukjes gebroken, althans een deel ervan en daar had hij een plaat met schroeven aan gezet. De rechter enkel is hersteld met een staaf en wat bouten. Normaalgesproken zal die revalideren binnen de zes tot acht weken. Over de knie krijg ik totaal geen prognose, buiten dat het wél in orde kan komen op voorwaarde dat ik me inzet voor de revalidatie, waarvan de duur van veel factoren afhankelijk zal zijn. Tijdens die revalidatie zal ik leren dat geduld veruit de belangrijkste factor zal zijn. De periode van herstel lijkt op dit moment nog mee te vallen en ik val in slaap met optimistische gedachten, die me gaan helpen, samen met de bezoekjes van vrienden en familie, de week in het hospitaal door te komen.

h1

Tibia, oh tibia!

december 5, 2011

De shocktoestand, waarin zowel mijn lichaam als mijn geest zich bevonden, klaart weg na het bezoek van mijn broer. De voet is inmiddels in een zo normaal mogelijke hoek gezet en daarop heb ik iets sterk verdovends in mijn infuus gekregen, waardoor ik druppelsgewijs wegzink in een soort roes, die me ietwat mellow maakt. Ik wil niet geopereerd worden die dag, het is genoeg geweest. Ik wil mijn moeder zien, nog een paar afspraken afbellen en nog wat mensen verwittigen en dat wil ik snel achter de rug hebben, voor ik onder narcose moet. Ik wil helemaal niet onder narcose, ik moet aan mezelf toegeven dat ik bang ben van de narcose, ik begin een soort doodsangst te voelen wanneer ik er bij stilsta dat ik dood had kunnen geweest zijn en wil het liefste van al geen seconde meer alleen zijn. Ik sms de mensen die me het nauwst aan het hart liggen en krijg snel antwoord dat er bezoek op weg is, ik twijfelde er eigenlijk niet aan want ik ken mijn vrienden en heb me al genoeg gelukkig geprijsd over hen.
Het feit dat ik me niet bewust was van het feit dat ik ergens tussen het sturen van de berichten naar mijn kamer gebracht werd, bewijst dat de pijnstillers nog een andere werking hebben dan louter het verlichten van pijn. Ik staar dankbaar naar de verpleegster die heel geregeld mijn infuus komt controleren en het valt me op dat ik volledig niet meer beef en geen pijn voel, enkel weerstand wanneer ik probeer mijn benen te bewegen.
PJ brengt me wat leesvoer, 2 maatjes komen me een uurtje gezelschap houden tot ik begin weg te doezelen en dan komt mama aan, ze lijkt kalm maar ze is verstrooid en heel bleek. Ik weet niet goed meer wat gezegd en probeer de zaken wat te minimaliseren, wat wel lukt aangezien mijn benen mooi afgedekt liggen. Mijn maatje komt langs en mama vertrekt zonder haar opgemerkt te hebben. Dit toont aan dat mama helemaal van slag is.
Mijn maatje houdt me gezelschap, hoewel ik weinig waard ben voor haar want ik heb zware ogen en wanneer ik ze open doe, ben ik blij haar te zien zitten kruiswoordpuzzels op aan het lossen.
Het wordt donker en ik merk op dat mijn maatje weg is, ik herinner me vaag haar afscheid en plots valt me ook de gestalte in het bed naast mij op, ik sluit het gordijn want ze slaapt te horen aan haar gesnurk. De verpleegster komt trouw pijnstillers aanvoeren in mijn infuus en ik val in een droomloze slaap.
De volgende ochtend krijg ik te horen dat ik nuchter moet blijven voor de operatie, geen druppel koffie krijg ik. Ik voel voor het eerst ook een zeurende pijn in mijn knie, ik vertel dat aan de verpleegster, die aansnelt met een pijnstiller maar constateert dat er een antibioticum aangesloten ligt en ze legt me uitvoerig uit hoe dat begrijpelijk is met mijn soort breuk, waarbij een bot het vel doorboord heeft…
Nog sneller dan de pijnstiller wordt me een valium toegediend.